Doe je ogen dicht en ga na of er ergens in je lichaam spieren gespannen zijn.
Begin bij je kruin en daal vanaf die plek af naar beneden, tot aan je tenen.
Vraag jezelf ‘onderweg’ de volgende dingen af:
• Heb ik rimpels op mijn voorhoofd?
• Frons ik mijn wenkbrauwen?
• Klem ik mijn kaken opeen?
• Houd ik mijn lippen stijf op elkaar?
• Houd ik mijn schouders opgetrokken?
• Zijn mijn armen gespannen?
• Span ik mijn dij- en kuitspieren aan?
• Houd ik mijn tenen gekruld?
• Voel ik me ergens anders in mijn lichaam ongemakkelijk?
• LOSLATEN (ontspannen dus)



